Nederland vs Duitsland energiemarkten, twee snelheden in de energietransitie

Twee beurzen, één richting — maar een wereld van verschil in tempo. Solar Solutions 2026 in Amsterdam. E-world 2026 in Essen. Dezelfde energietransitie, maar op een geheel andere schaal en in een ander stadium. Wat valt op als je beide beurzen naast elkaar legt? Xemex’ Innovation manager Bram van der Wal legt uit.

eworld-beurs

De overeenkomst: monitoring is de basis

Op beide beurzen was één boodschap onontkoombaar: je kunt niets optimaliseren wat je niet meet.
Of het nu gaat om een installateur die grip wil op een woning met zonnepanelen en een laadpaal, of om een netbeheerder die flexibiliteit wil ontsluiten op buurtniveau; het aansluitpunt is het begin van alles. De slimme meter als feitelijk fundament van het energiesysteem: die boodschap klonk in Haarlemmermeer niet anders dan in Essen.

Bij Xemex is dat al jaren de basis van ons werk. Onze Smart Connect P1-dongle, KWHIQ meters en recent te verwachten CompactIQ-meters leveren precies die datalaag waar alles op stoelt.

Het verschil: uitvoering vs. schaalinfrastructuur

Hier lopen de beurzen uiteen, en dat is informatief.

Solar Solutions was primair een vakbeurs voor installateurs met OEM fabrikanten van batterijen / PV en EMS-specialisten. De conversaties gingen over concrete projecten: hoe integreer ik een warmtepomp in een EMS, hoe richt ik remote monitoring in, hoe help ik een woningcorporatie haar energielabeldoelstellingen te bewijzen? De vragen zijn praktisch, de besliscyclus kort.

E-world bewoog zich op een ander aggregatieniveau. De focus lag op gereguleerde infrastructuur: de versnelde smart meter roll-out in Duitsland, de Smart Meter Gateway als certificeringsplichtig communicatieknooppunt, de Steuerbox als gestandaardiseerd vermogenssturingselement. Flexibiliteit is daar geen feature, maar een ingenieurstechnische en juridische randvoorwaarde.

Eenvoudig gezegd: Solar Solutions gaat over wat er vandaag bij de klant thuis gebeurt. E-world gaat over de infrastructuur die dat over tien jaar voor miljoenen huishoudens tegelijk mogelijk moet maken.

De vraag van de installateur: simpel en direct toepasbaar

Een opvallende observatie op Solar Solutions was hoe concreet de vraag van installateurs is en hoe bewust ze afstand houden van uitgebreide EMS-oplossingen.

Wat zij zoeken is geen volledig geautomatiseerd energiesysteem. Ze willen inzicht in de combinatie PV en warmtepomp, en ze willen kunnen ingrijpen: zonnestroom afknijpen wanneer dat nodig is. Curtailment, het beperken van teruglevering, staat volop in de aandacht. Niet als complexe optimalisatiefunctie, maar als directe respons op twee concrete ontwikkelingen: de afbouw van de salderingsregeling en de toenemende terugleverkosten die leveranciers doorrekenen aan kleinverbruikers. Voor veel huishoudens is terugleveren financieel onaantrekkelijk geworden of gaat het binnen een jaar worden. De logische reactie: zoveel mogelijk zelf consumeren, en de piek afvlakken wanneer de eigen vraag laag is. Dat vraagt niet om een uitgebreid EMS — dat vraagt om betrouwbare monitoring en een gerichte stuuractie.

Dit is een patroon dat ook op E-world zichtbaar was. De functionele vereenvoudiging van EMS gaat niet ten koste van de waarde — het maakt schaal juist mogelijk. Niet elk huishouden heeft een volledig geautomatiseerd energiesysteem nodig. Maar miljoenen huishoudens beschikken wel over zonnepanelen, en een groeiend deel voegt daar een warmtepomp of laadpaal aan toe. Juist die combinaties, eenvoudig maar wijdverbreid, vormen het volume van de energietransitie.

Voor Xemex betekent dit dat de instapdrempel voor waardevolle monitoring laag moet zijn. De Smart Connect P1-dongle en onze CompactIQ-meters zijn precies op die behoefte gebouwd: snel inzetbaar, direct inzicht, zonder dat een installateur hoeft te investeren in een volledige EMS-implementatie. Wie later wil doorgroeien naar asset management via Enny en bijv. een Lewiz EMS, kan dat — maar de eerste stap hoeft niet de laatste te zijn.

Protocolconvergentie: allebei in beweging

Op Solar Solutions merkten we dat installateurs zoeken naar merkonafhankelijke platforms. Geen vendor lock-in, maar één systeem dat solar, opslag, warmtepompen en laadpalen van verschillende fabrikanten samenbrengt. Dat is geen luxewens, het is een operationele noodzaak voor iedereen die een groeiende installatieportefeuille wil beheren zonder een aparte app per merk.

Op E-world was eenzelfde beweging zichtbaar, maar dan vanuit de protocollenkant. EEBUS wint terrein als gemeenschappelijke taal tussen energie-apparaten. OCPP blijft dominant voor laadinfrastructuur. SG-Ready houdt zijn positie bij warmtepompsturing. Modbus blijft de robuuste fallback voor industriële en legacy-integraties.

De richting is identiek: van versnippering naar convergentie. Interoperabiliteit wordt geen onderscheidend kenmerk meer, maar een vanzelfsprekende randvoorwaarde.

Voor Xemex is dit een directe bevestiging van de protocollenkeuzes in onze Lewiz residential EMS. OCPP en SG-Ready zijn daarin al operationeel — voor respectievelijk laadpaalintegratie en warmtepompsturing. EEBUS-ondersteuning volgt later in 2026, waarmee Lewiz aansluit op de bredere convergentie die de markt verwacht. Niet als inhaalslag, maar als logische volgende stap in een platform dat van meet af aan op open standaarden is gebouwd.

Van monitoring naar volledige regie — op het eigen tempo

Beide beurzen bevestigen dat de energietransitie geen enkelvoudig pad volgt. Sommige partijen — woningcorporaties, grotere installateurs, netbeheerders — bouwen toe naar volledig asset management: EV slim laden, warmtepomp integreren, het hele energiesysteem als één geheel aansturen. Voor hen is een platform als Enny EMS de logische volgende stap.

Maar de meerderheid van de markt bevindt zich nu in een eerder stadium. Ze willen weten wat er op het aansluitpunt gebeurt. Ze willen kunnen ingrijpen als de teruglevering oploopt. Ze willen een warmtepomp en een omvormer naast elkaar kunnen monitoren, zonder dat daarvoor een uitgebreid integratietraject nodig is.

EMS is geen doel op zich. Het is een tool en de waarde ervan begint al bij de eerste stap: betrouwbaar meten.